Opinie Gemeenteraad

 

Op deze pagina zullen wij onze opinie in de gemeenteraad met u delen.

 

mei 2021

Ontzorgen en ​Stabiliseren

Voorstel van ‘De Gezinsverzorger’ *1)

OPVOEDEN EN EEN GEZIN DRAAIENDE HOUDEN IS TOPSPORT

Opvoeden en een huishouden draaien is voor elke ouder een uitdagende opdracht. Soms roept het vragen op en loopt niet alles even makkelijk. Opvoedvragen en het huishouden draaiende houden maken voor alle gezinnen deel uit van het dagelijks leven. Veel gezinnen zullen die vragen op eigen wijze, met hulp van familie, vrienden, andere ouders of buren oplossen.

Betere ondersteuning aan gezinnen waar draagkracht en draaglast uit balans is

Een deel van de gezinnen heeft echter een vorm van professionele ondersteuning nodig omdat hun vragen complexer zijn, zij zelf niet voldoende oplossend vermogen hebben of hun sociale netwerk is beperkt. Daardoor kan de balans tussen draaglast en draagkracht verstoord raken. Wanneer hier niet op tijd en adequaat naar gehandeld wordt kunnen de gevolgen op korte en lange termijn groot zijn. Een deel van deze gezinnen heeft behoefte aan ondersteuning die gericht is op het ontzorgen van dagelijkse opvoedproblemen, zelfstandig kunnen organiseren en structureren van de dagelijkse gang van zaken en het bieden van ondersteuning in het huishouden.

Vanuit deze uitgangspunten kan gewerkt worden aan een eenvoudiger jeugdhulpsysteem, waarin de veerkracht van gezinnen de basis is en ondersteuning plaatsvindt door vakbekwame en betrokken professionals. Toch komt deze vorm van ondersteuning (combinatie van ondersteuning in opvoeding en huishoudelijke hulp) nu niet goed van de grond. Het antwoord vinden waarom dit zo is vraagt om een analyse over de hulp en ondersteuning aan gezinnen in de jeugdhulp van toen en nu.

Transitie jeugdzorg

1 januari 2015 was de officiële start van de drie grote decentralisaties van zorg en welzijn van het Rijk naar de gemeente. Een nieuwe jeugdwet, een nieuwe participatiewet en een stevige aanpassing van de wet maatschappelijke ondersteuning. Anders dan bij eerdere decentralisaties wordt niet alleen beoogd taken over te dragen, maar ook dat deze taken anders uitgevoerd gaan worden. Dit maakt de decentralisatie van de jeugdhulp extra complex. Nu, vijf jaren later, heeft de transitie plaatsgevonden, die bedoeld was om de continuïteit van de zorg te borgen. In die periode is heel veel werk verzet om het nieuwe stelsel in te regelen en de transitie heeft veel gevraagd van zorgaanbieders, zorgprofessionals en de gemeente.

Transformatie jeugdzorg

De Inkoop jeugdhulp is geregeld tot en met 2024. Maar daarmee zijn we er nog niet. De fracties zien zelf ook mogelijkheden om richting te geven aan de inhoudelijke vernieuwing die nodig is in de jeugdhulp.

Om zelf een actieve bijdrage te leveren aan de inhoudelijke transformatie komen de genoemde fracties daarom met het initiatiefvoorstel ‘De gezinsverzorger’. De fracties willen hiermee een nieuwe vorm van ondersteuning opnieuw in het leven roepen die beter aansluit bij de behoefte en dichter bij de mensen staat. Toegankelijker, praktischer en eenvoudiger en dus goedkoper. Precies datgene waar de decentralisaties ooit voor bedoeld zijn geweest.

Echter de functie gezinsverzorger is niet nieuw en kent een behoorlijke geschiedenis. Omdat het belangrijk is lessen te trekken uit het verleden is het belangrijk om de totstandkoming en verdwijning van het beroep uiteen te zetten.

De geschiedenis van de gezinsverzorging

In het verleden ondersteunden onder andere Groene Kruisverenigingen gezinnen. Zij boden lichte ondersteuning aan gezinnen in de dagelijkse levensverrichtingen als gezinsverzorgers. Waar sprake was van psychiatrische of psychosociale problematiek of zwaardere opvoedproblemen kwam een gespecialiseerde gezinsverzorgster in het gezin. Zij nam naast taken in het huishouden ook dagelijkse opvoedproblemen in gezinnen ter hand.

 

Waren de problemen in een gezin te groot dan volgde doorverwijzing naar zwaardere hulpverlening. Doordat ze de sociale omgeving mobiliseerde en zelf eenvoudige opvoedvraagstukken oploste werd vaak zwaardere hulp voorkomen.

De vroege jaren tachtig vormden het hoogtepunt: honderdduizenden vrouwen werkten toen in de gezinszorg en hielden in gezamenlijkheid met de huisarts en wijkverpleging zo een oogje in het zeil. Het gezin gold in die jaren als hoeksteen van de samenleving en ondersteuning daarvan is van groot maatschappelijk belang. Maar de ondersteuningsvragen werden te veel en met de vergrijzing van de samenleving werd al die zorg onbetaalbaar en moest er bezuinigd worden en gereorganiseerd.

Onder invloed van deze en verschillende andere ontwikkelingen veranderden de taken van de gezinsverzorging. Het sociale aspect van de gezinsverzorger werd wegbezuinigd en met name marktwerking en kostenefficiëntie zorgden ervoor dat het beroep aan het eind van de twintigste eeuw eigenlijk ophield te bestaan. In plaats daarvan kwam de nog steeds bekende thuiszorg, waarbij onderscheid gemaakt werd tussen huishoudelijke, pedagogische en verzorgende taken, die vervolgens door verschillende mensen werden uitgevoerd. En die vormen van ondersteuning bleef voortaan altijd beperkt tot hoogstens een paar uur per dag of per week.

KNELPUNTEN IN ONZE HUIDIGE JEUGDHULPSYSTEEM

We zien nog steeds dat Multi problematiek vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven en moeilijk te doorbreken is. Ouders met kwetsbare achtergronden hebben vaker zelf ook huishoudelijke en opvoedproblemen.

Hierdoor ontstaat in veel gevallen een situatie waarin kinderen onveilig opgroeien en het gezin niet in staat is veilige en gezonde relaties met elkaar te ontwikkelen. Of onmachtig is het huishouden ordentelijk in te richten. Het is voor hen lastig een veilige en fijne thuissituatie te creëren voor hun kinderen en voor zichzelf helemaal als de sociaaleconomische positie zwak is. Verslaving, schulden, culturele verschillen, fysieke en verstandelijke beperkingen kunnen allemaal hun ontwrichtende rol spelen.

Deze kwetsbare gezinnen hebben moeite sturing te voeren over hun dagelijkse leven en kunnen niet op eigen kracht hun problemen oplossen. Doordat ouders veel (en vaak negatieve) ervaring hebben met hulpverleners heerst er ook wantrouwen: “de kinderen worden afgepakt”. Voor deze gezinnen zijn de huidige vormen van Jeugdhulp een brug te ver en ontoereikend: de wanorde in het gezin blijft buiten schot.

Gezinnen hebben veel “interventies” met verschillende hulpverleners met vaak wisselend resultaat. Genoemde oorzaken hiervan zijn het niet op orde hebben van de basis en te weinig oog hebben voor een samenhang der dingen, oorzaak en gevolg in de gezinnen. Een zorgverlener focust bijvoorbeeld op gedragsproblemen bij het kind zonder oog te hebben voor sociale problematiek bij de ouders als trauma, schulden, onvermogen, een licht verstandelijke beperking of een andere culturele achtergrond. Daarnaast is er in het huidige hulpaanbod niet altijd ruimte voor het daadwerkelijk ondersteunen; het ‘voor- en meedoen’ in het gezin.

De hulpverlening is zwaarder en meer gespecialiseerd geworden. Als gevolg van deze ontwikkelingen komen kwetsbare gezinnen eerder in de hulpverlening terecht met een zwaar hulpaanbod. Organisaties reageren hierop door steeds meer verfijnde methoden te ontwerpen en hun medewerkers steeds verder te specialiseren. Deze opeenstapeling van verfijnde methoden van risicosignalering, actief opsporen van potentiële hulpvragen en aansturen op doorverwijzen en de vergaande specialisatie van professionals hebben het risico in zich om meer vraag naar zwaardere zorg en begeleiding te genereren.

Op deze manier ontstaat een situatie van superspecialisatie: opvoedvragen worden steeds sneller beantwoord door een breed scala aan gespecialiseerde hulpverleners. Hierdoor zijn er steeds meer mensen bij het gezin betrokken, maar minder mensen die dicht rondom het gezin staan. Daarbovenop werkt de steeds sterkere protocolisering van werken met standaardoplossingen in de hand waarbij voorbijgegaan wordt aan de unieke situatie van elk gezin die flexibiliteit en creativiteit in professioneel handelen nodig heeft.

Er zijn in onze gemeente veel partijen zoals thuiszorginstellingen, jeugdhulpinstellingen, bureaus jeugdzorg en ggd’s die een vorm van ondersteuning bieden, maar door deze verscheidenheid van aanbieders en zorgaanbod zijn de wegen naar praktische en opvoedkundige ondersteuning voor gezinnen niet voorhanden. De jeugdhulp is versnipperd waardoor kwetsbare gezinnen moeite hebben de juiste zorg te vinden, wat weer tot extra opvoedproblemen en onveiligheid kan leiden.

Bovendien lijkt eerder het aanbod van de aanbieders centraal te staan dan de vragen van de gezinnen. Dat maakt niet alleen de zorg duur en niet passend, maar leidt er ook toe dat de ondersteuning van kwetsbare gezinnen te vaak met dure tweedelijns organisaties plaatsvindt, buiten het gezin en buiten de vertrouwde sociale omgeving van het gezin. Hierdoor zien we vaak terugval. Om kwetsbare gezinnen goed te kunnen ondersteunen zal de jeugd- en gezinszorg de komende tijd moeten ombuigen naar een integraal gezinsaanbod dicht bij huis: de gezinsverzorger.

Deze analyse leidt tot de conclusie dat het gat in de pedagogische infrastructuur groter is geworden. Droeg het beleid in de jaren tachtig onbedoeld bij aan het verminderen van de steun die ouders elkaar onderling geven en van de steun uit basisvoorzieningen; het beleid van nu met meten, monitoren en beheersen heeft het risico in zich dat het tot superspecialisatie, protocolisering en onbedoeld tot een verzwakking zal leiden en een verschuiving van lichtere vormen van begeleiding naar de zwaardere hulpverlening en te dure en problematische jeugdhulp teweegbrengt.

Wij stellen daarom voor om de transformatie te beginnen met directe, praktische en opvoedkundige ondersteuning voor gezinnen te herintroduceren: de gezinsverzorger.

WAT IS EEN GEZINSVERZORGER?

De gezinsverzorger is iemand die helpt bij het stabiliseren van het gezin. Het gaat om een hele directe, praktische vorm van ondersteuning met de nadruk op Rust-Reinheid-Regelmaat. Dit kan bestaan uit huishoudelijke werk zoals het op orde brengen van het huis en het op tafel zetten van een warme maaltijd. Hiermee draagt de gezinsverzorger bij aan een meer huiselijke, geordende sfeer waarin kinderen zich veilig kunnen voelen. (Deze werkwijze lijkt op die van de gezinsondersteuner die we kennen binnen de WMO voor bijvoorbeeld gezinnen met een gehandicapt kind/ernstig zieke ouder etc.)

Daarnaast ondersteunt de gezinsverzorger in het dagelijkse gezinsleven van kinderen van school halen, samen eten, naar bed gaan, etc. Het gaat hierbij om het versterken van het gewone leven maar met respect en empathie voor een afwijkend normen- en waardenpatroon (uiteraard altijd passend in wet- en regelgeving).

Vervolgens kan de gezinsverzorger de ouders helpen in het vormgeven van hun dagelijkse leven, zoals het nakomen van afspraken, het op orde houden van het huishoudboekje en het bereiken van goede contacten in de buurt, de school, met familie en instanties. Het invullen van vrije tijd (bijv. sport) en het onderhouden van constructieve sociale contacten heeft aandacht.

Tenslotte dient eraan gewerkt te worden dat de veilige structuur behouden blijft. De gezinsverzorger doet, maar altijd samen met het gezin zodat gaandeweg en in de praktijk kennis en vaardigheden worden overgedragen. Hoe snel dat kan en in welke mate dit aan de ouder(s)/verzorgers kan worden overgedragen is per situatie verschillend. Gezinsverzorging zien wij als een cruciale rol voor kwetsbare gezinnen om het gezinsleven weer op de rails te krijgen.

Benoemd moet worden dat normen en waarden van mensen verschillen en dat deze niet naadloos overeen hoeven te komen met wat in de samenleving als stilzwijgend normaal wordt beschouwd. Risico’s zijn onderdeel van het leven en worden niet weggenomen door protocollen. Een gezin kan in een kwetsbare situatie belanden door problemen van tijdelijke of langdurige aard. Denk aan een ouder die ernstig ziek wordt, het verlies van een baan of armoede in het gezin. Kwetsbaarheid kan weliswaar lastig zijn, maar hoort bij het dagelijks leven.

Opvoedproblemen ontstaan dan ook in het samenspel tussen gezinnen, hun sociale omgeving en de hulpverlening. Een moeilijke gezinssituatie (ziekte, armoede, beperkte verstandelijke vermogens), een gebrekkig of onverschillig sociaal netwerk, te zware of niet adequate hulpverlening of een combinatie van deze drie elementen kan ertoe leiden dat het veilig opgroeien van kinderen in het gezin hapert.

Daarom is het uitgangspunt bij deze vorm “ontzorgen en stabiliseren” (het versterken van het gewone leven, hoe zorgen we dat dit gezin lekker loopt) in plaats van “normaliseren”. De ene gezinssituatie is nu eenmaal anders dan de andere en dat is helemaal prima. Onnodig problematiseren en etiketteren wordt hiermee tegengegaan.

Deze benadering past binnen de wens van het college en de gemeenteraad om in te zetten op een versterking van de sociale basis in de buurt, als gemeente meer regie te nemen en onderscheid te maken tussen ondersteunings- en hulpverleningsvragen.

Profiel gezinsverzorger

Om als gezinsverzorgende te kunnen functioneren is het belangrijk dat de desbetreffende medewerker aan bepaalde kwalificaties voldoet. Maar tegelijkertijd zijn deze ook niet altijd in beton gegoten. De klik tussen medewerker en het gezin is belangrijk en soms is (levens-)ervaring belangrijker dan opleiding en competenties. Het gaat om een werkwijze die bijdraagt aan het versterken van het gewone leven.

De gezinsverzorging staat niet op zich maar maakt deel uit van een integraal gezinsplan waarin het welzijn en de veiligheid van alle leden van het gezin zijn opgenomen. De mate waarin de gezinsondersteuning wordt ingezet wordt bepaald door de ontwikkeling binnen het gezin. De werkwijze moet vooral flexibel zijn en afgestemd op de vraag vanuit het gezin. De inzet heeft als doel vooral versterkend te werken en vooral niet afhankelijk makend. Een ‘neus hebben voor wat er speelt binnen het gezin’ en daarnaar kunnen handelen.

De dynamiek van een gezin is in die zin ook anders dan een WMO-vraagstuk als Huishoudelijke hulp. Het gaat niet om een vast aantal uren per gezin. De mate van ondersteuning wordt bepaald door de ernst van de problematiek op een gegeven ogenblik. Er moet bewust en snel op- en afgeschaald kunnen worden, maar tenminste een minimum aan contact blijft langdurig in stand.

De gezinsverzorger betrekt het gezin en spreekt het sociale netwerk aan, verleent zelf zorg, begeleidt, adviseert, brengt structuur aan en coördineert eventuele andere hulpverlening. Wanneer zwaardere hulpverlening of andere ondersteuning nodig is, vervult de gezinsverzorger een brugfunctie: hij of zij roept ondersteuning erbij waar dat nodig is, altijd in samenspraak met de professionele organisatie op dit vlak in Gouda.

Het belangrijkste is dat er een goede klik is tussen de gezinsverzorger en het gezin. Ouders moeten er echt op kunnen vertrouwen dat de gezinsverzorger náást hen staat en niet “iemand van jeugdzorg is die je kinderen afpakt”. In het ideale geval groeit de gezinsverzorger uit tot een vertrouwenspersoon voor de ouder(s) en kinderen.

Taken gezinsverzorger

Iedere gezinsverzorgende werkt vanuit het kerndoel om gezinnen gaandeweg zo zelfredzaam en zelfstandig mogelijk te kunnen laten functioneren in de samenleving. Uitgangspunten hierbij zijn: Ontzorgen en stabiliseren. Eén aanspreekpunt, integrale benadering van het gezin, minder hulpverleners in een gezin, de basis in het gezin teruggebracht: Structuur (regelmaat), ontstressen en stabiliseren(rust) en een schoon huis (reinheid).

Deze uitgangspunten kunnen in de volgende kerntaken geformuleerd worden:

  • Het tijdelijk overnemen, uitvoeren en/of begeleiden van huishoudelijke taken, zoals schoonmaken, koken, wassen en boodschappen doen, beheer van het huishoudboekje, alsmede het verzorgen van huisdieren en planten.
  • Pedagogische taken zoals die in een normale opvoedingssituatie worden gevraagd. Het creëren van een huiselijke sfeer waarbinnen opgroeiende kinderen zich veilig, gezien en gehoord voelen. Het bijbrengen van normen en waarden die de veiligheid van alle leden van het gezin vergroten en algemeen aanvaard zijn, maar met respect en empathie voor een afwijkend normen- en waardenpatroon (uiteraard altijd passend in wet- en regelgeving).

 

  • Agogische taken waardoor volwassenen begeleid en gestimuleerd worden in het vormgeven van hun dagelijkse leven, zoals het nakomen van afspraken, het bereiken van goede contacten in de buurt/met familie/met instanties in de zorg/het onderwijs, het ondersteunen in het verkrijgen van (betaald) werk of dagbesteding.
  • Regisserende taken in de vorm van een brugfunctie in samenhang met de professionele organisaties: Indien nodig doorverwijzen naar zwaardere, meer gespecialiseerde hulpverlening of andere vormen van ondersteuning.

 

Vanuit deze uitgangspunten kan gewerkt worden aan een eenvoudiger jeugdhulpsysteem, waarin de veerkracht van gezinnen de basis is en ondersteund wordt door vakbekwame en betrokken professionals. Waarbij gezegd moet worden dat we moeten accepteren dat het kan zijn dat sommige gezinnen altijd professionele ondersteuning nodig zouden moeten hebben.

Gezinnen hebben een betrokken sociale omgeving nodig waarin ze goed kunnen participeren en waarin een gunstig opgroeiklimaat voor kinderen heerst. Gezinsverzorging op langer termijn kan hierin een cruciale rol spelen om deze stabiliteit te bieden.

START PILOT GEZINSVERZORGER

Het alleen maar terugbrengen van de gezinsverzorging zonder na te denken over de organisatie is echter niet voldoende. De kans is dan groot dat de gezinsverzorger uiteindelijk de zoveelste hulpverlener wordt die deelneemt aan het zorgsysteem. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling. We willen hiermee een echte transformatie op gang brengen. Daarom is samenhang met de professionele organisaties noodzakelijk om de mogelijkheid tot ondersteuning langdurig te garanderen.

Er liggen nog veel vragen open zoals: het aantal uren, wel of geen indicatie, financiering, wel/niet in dienst van een professionele organisatie, FTE’s, opleidingsniveau, etc. De fracties hebben bewust ervoor gekozen om deze vragen onbeantwoord te laten, omdat het van belang is dat het college de verdere invulling in samenspraak met professionals, ouders, eerstelijnszorg en huisartsen gaat formuleren en vormgeven.

De fracties stellen daarom voor om in 2021 te starten met een pilot gezinsverzorging. Het veld en het college kan zo ervaring opdoen met de implementatie van en het werken met deze vorm van ondersteuning. De fracties vragen wel nadrukkelijk om een aantal tussentijdse evaluatiemomenten met de Raad. Daarnaast is het gewenst dat de doelen en resultaten voor de start van de pilot helder geformuleerd zouden moeten worden. De fracties willen hier graag betrokken bij worden. Het zou daarbij mooi zijn als we aan het einde van de rit ook daadwerkelijk kunnen aantonen welke zorg bespaard is gebleven in de breedste zin van het woord.

Voor de vrijwillig deelnemende gezinnen is het verwachte resultaat een verhoogd welzijn/ welbevinden doordat greep ontstaat op het richting geven aan het dagelijks leven op de korte termijn en minder vraag naar zwaardere vormen van jeugdhulp op de lange termijn. Wanneer de ervaringen positief zijn kan de functie gezinsverzorging verder worden uitgerold in de gemeente Gouda.

 

*1) Voor het opstellen van deze notitie is gebruik gemaakt van het initiatiefvoorstel zoals dat is opgesteld door diverse partijen in Groningen.

Name Goes Here

Gezinsverzorger

Chat openen
1
Hallo, kan ik u ergens mee helpen? - Jan de Koning | Fractievoorzitter GBG